Historiek

Nadat Sint-Margriete in 1377 volledig overspoeld werd door zeewater en samen met een tiental dorpen, vooral ten noorden in het huidige Zeeuws-Vlaanderen, totaal onbewoonbaar was, werd er pas meer dan honderd jaar later begonnen met de heraanleg van dijken en werd het overtollige water langs watergangen en sluizen weggeleid. De abt van de Sint-Baafsabdij te Gent was daar de grote bezieler van. Zo ontstonden verschillende polders, waarvan de namen heel geregeld verwezen naar heiligen of christelijke elementen. Voor Sint-Margriete werden deze gebieden onderandere de Roeselarepolder, de Sint-Kruispolder en de Sint-Lievenspolder genoemd. In 1570 en in 1622 brachten nieuwe overstromingen opnieuw veel ellende. Vanaf de 18e eeuw werd deze laatste polder, weliswaar nog schaars bewoond, vruchtbaar.

‘t Livinushof is gelegen ten westen van de zuidelijke helft van de Sint-Lievenspolder, bijna in de schaduw van de toenmalige dorpsmolen. Volgens een kaart van 1714 boerde hier Joseph Bockstael met hooguit een twintig gemeten land (1 gemete = 44 are = 300 roen) rond de hoeve in combinatie met nog wat ander land verspreid over andere polders. Vanaf het begin van de 19eeeuw woonden er een paar generaties Van Cauwenberghe op de boerderij. Ook zij kregen wateroverlast na het doorbreken van de dijken door de Hollanders in 1830. Bijna een jaar stonden alle landerijen onder water. Petrus Van Cauwenberghe leed in Sint-Margriete, op één na, het meeste verlies. Hij stierf op deze hoeve in 1874 op 77-jarige leeftijd. Zijn 4 ongehuwde zonen boerden verder, met minder succes echter. Een ervan emigreerde begin 1880 naar Amerika en overtuigde zijn moeder, een ongehuwde broer, een getrouwde broer en een getrouwde zus om begin 1881 ook in de USA hun geluk te zoeken. De twee andere broers weken eind 1880 uit naar Noord-Frankrijk. Zo kwam deze boerderij vrij.

De eerste generatie Noë op ’t Livinushof: August Noë & Justina De Decker

Rond kerstdag 1880 kwam de 42-jarige August Noë met zijn vrouw, 4 dochters, zijn schoonmoeder en de latere stamvader Emiel vanuit Kluizen naar Sint-Margriete. Op 4 januari 1881 werd het gezin er officieel ingeschreven. In dat zelfde jaar werd de nieuwe kerk van Sint-Margriete, zeer goed zichtbaar vanop de hoeve, ingewijd.

August (°14/08/1838 – †08/09/1930) werd als elfde kind in het gezin van Noë-De Craene geboren in Assenede, waar hij ook opgroeide. Als 20-jarige diende hij zich aan te melden op het gemeentehuis om net als al zijn mannelijke leeftijdsgenoten een lot te trekken voor het al of niet vervullen van de militaire dienst. Het lot was hem gunstig gezind. August trok het nummer 58 en werd van alle militaire verplichtingen vrijgesteld. Op 19 november 1870 huwde hij in Kluizen met Justina De Decker (°18/03/1842 – †26/11/1920). Na tien jaar boeren in Kluizen, vonden zij uitgerekend in Sint-Margriete een boerderij. August was van 24-02-1891 tot 06-01-1896 schepen van St. Margriete. Nadat hij en Justine in 1904 de boerderij aan hun enige zoon Emiel overlieten, genoten ze van een welverdiende rust in Bentille, waar Justine op 26-11-1920 naar de Schepper terugkeerde, pas een week na hun 50ste huwelijksverjaardag. August overleefde haar nog bijna 10 jaar en stierf er op 08-09-1930.

De tweede generatie Noë op ’t Livinushof: Emiel Noë & Irma De Bock

Emiel Noë (°11/07/1877 – †04/11/1955) was, zoals eerder vermeld, de enige zoon in het gezin van August en Justine Noë-De Decker. Hij was drie jaar toen hij met zijn ouders en zussen naar de polders in Sint-Margriete verhuisde. Emiel huwde op 27 april 1904 met Irma Victorine Melanie De Bock (°08/08/1904 – †05/07/1951). Beiden waren overigens afstammelingen van eenzelfde stamvader. De over-over-overgrootvader van Irma, Egidius De Bock, had immers een zus Adriana die de over-over-overgrootmoeder was van Irma’s bruidegom Emiel. Samen schonken Emiel en Irma het leven aan 4 kinderen: Estella, die ongehuwd bleef en instond voor de zorg voor haar ouders op hun oude dag; Gerardus werd apotheker in Deinze, Agnes huwde met een boomkweker, en Maurice tot slot, nam ter zijner tijde de boerderij van zijn vader en grootvader over.

Emiel was een herenboer, dit betekent dat hij hoofdzakelijk het werk regelde en knechten aanstuurde. Op ’t Livinushof was de hoofdtak akkerbouw. In die tijd hadden Emiel en Irma ongeveer 36 ha onder hun bewind. Een zes tot zevental boerenpaarden stonden in voor het werk. Daarnaast waren er ook een zes tal koeien, acht zeugen en een aantal kippen. Op 12 juni 1945, naar aanleiding van het huwelijk van hun jongste zoon Maurice gingen Emiel en Irma op rust in Watervliet.

Derde generatie op ’t Livinushof: Maurice Noë & Marieke Van Damme

Net als Maurice (°03/04/1909 – †03/01/1981) was zijn vrouw  Marie Van Damme (°09/06/1917 -†20/10/2014) ook opgegroeid op een boerderij, weliswaar in Sint-Jan-in-Eremo. Marie is geboren op de huidige hoeve ‘Engelendaele’ waar haar broer de boerderij verder zette. Onder de derde generatie Noë is er veel veranderd op het gebied van landbouw in het algemeen, maar in het bijzonder op ’t Livinushof. Het grootste deel van de boerderij werd verder gehuurd aan de adellijke familie Vergauwe. Geleidelijk aan verwierf Maurice Noë meer grond en moest er ook grond aangekocht worden van de adellijke familie die financiële problemen kreeg. Uiteindelijk is doorheen de tijd de hoeve in oppervlakte toegenomen, mede door ondersteuning van de familie. De boerderij haalde zijn inkomen hoofdzakelijk uit akkerbouw met daarnaast varkens, koeien en 6 paarden. Gedurende deze generatie werd het aantal koeien uitgebreid en investeerde Maurice in een melkmachine. In die periode kwam er ook elektriciteit op ’t hof en werd er een waterleiding gelegd. Hierdoor alleen al, ondergaat het werk op een boerderij grote veranderingen en daalt het aantal knechten. Maurice en Marie kregen samen acht kinderen. Marc, Denis, Bernadette, Carlos, Caroline, Christine, Annemie en Catherine. Alle kinderen studeerden verder en gingen op kostschool. De jongste zoon, Carlos neemt na het overlijden van zijn vader de boerderij over.

De vierde generatie op ’t Livinushof: Carlos Noë & Sonia Sucaet

Net zoals bij de derde generatie kwamen zowel Carlos Noë (°08/08/1950) als zijn vrouw Sonia Sucaet (°18/07/1961) uit een landbouwmidden. Sonia groeide op, op een boerderij in de Zandstreek in Lotenhulle.  Carlos en Sonia huwden op 18/07/1987 in Lotenhulle en woonden sindsdien op ’t Livinushof. Carlos boerde daar al een geruime tijd. Sonia, die universitaire studies afronde, koos er bewust voor om buitenshuis te werken. Het gezinsinkomen wordt dus niet meer uitsluitend bepaald door landbouw. Terzelfdertijd betekent dit ook dat Carlos de enige arbeidskracht is. Carlos besliste oorspronkelijk om zich toe te leggen op kalfvaarzen en akkerbouw. Teelten zoals tarwe, gerst, brouwgerst, suikerbieten, graszaad en vlas werd op ’t Livinushof verbouwd. De overgebleven gronden dienden als weiland voor de vaarzen. Al snel besloot Carlos om uitsluitend voor akkerbouw te kiezen omwille van de druk op de markt. In die periode kregen Carlos en Sonia hun drie kinderen: Pieter-Jan(°08/06/1989), Maarten (°13/04/1991) en Elisabeth (°23/11/1994). In deze periode stierf Caroline, de tweelingzus van Carlos. Het waren intensieve jaren in gezins-en familieverband. Jaren waarin de boer en boerin zagen dat het leven heel kort kon zijn en dat ze het liefst iets zinvol wilden doen op hun boerderij. Al snel hakten ze de knoop door en in 2000 startten ze met de geleidelijke omschakeling naar biologische landbouw. Dit betekent dat de teelten op de landbouwgronden verbouwd worden zonder het gebruik van de verboden middelen. Het bedrijf evolueerde van twee hectare in omschakeling naar een volledige biologische boerderij. Aanvankelijk zou de oudste zoon Pieter-Jan Noë de boerderij overnemen, maar later besliste ook Maarten om mee in het bedrijf te stappen. Op 66-jarige leeftijd ging Carlos met pensioen.

De vijfde generatie Noë op ’t Livinushof: Pieter-Jan Noë & Maarten Noë

In mei 2016 namen de broers Pieter-Jan (°08/06/1989) en Maarten (°13/04/1991) de boerderij van hun vader over. Carlos ging met pensioen, maar nog niet op rust. Samen verbouwen ze een oppervlakte van ongeveer 55 hectare volledig biologisch en staan ze twee maal per week op de markt in Knokke.

Meer informatie over het Meetjesland en de familie Noë kan je vinden op de website van Denis Noë: Mijn platteland

(TEKST: Oorspronkelijk geschreven door Marijn Claeys, gehuwd met † Caroline Noë, vierde generatie op ’t Livinushof. Bewerkt door: Elisabeth Noë)

Sluit Menu